

Deze kerstkransjes vond ik op Laura's Bakery. Haar baksels lukken eigenlijk altijd, en bij dit recept heb ik alleen een beetje gespeeld met de oventijden. Ik gaf ze dit jaar weg aan mijn familie, en iedereen vond ze heerlijk. Ik gebruikte 2 verschillende formaten, een kleinere bloemvorm met een doorsnede van 5cm, en een gekartelde met een doorsnede van 7cm. Daarmee kon ik 30 koekjes uitsteken.
Maak eerst het deeg. Voeg boter, basterdsuiker en vanillesuiker samen en klop dit tot een romig mengsel. Voeg de eidooier toe en mix tot deze volledig is opgenomen. Schep het bloem en zout erbij in de kom en kneed tot een stevig koekdeeg. Leg het minstens een uur in de koelkast voordat je verder gaat.
Als het deeg gekoeld is, rol je het uit op een met bloem bestoven werkblad tot ongeveer 5 mm dikte. Op mijn bakplaat past niet alles tegelijk, dus ik heb de helft van het deeg uit de koelkast gehaald en tot een plak uitgerold. En de rest in de koelkast laten liggen.
Steek de koekjes uit. Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat. Steek dan met een kleinere uitsteker (een spuitmondje werkt ook prima) een kleine cirkel uit het midden. Door dit pas te doen wanneer ze op de bakplaat liggen, zorg je ervoor dat ze hun vorm zo goed mogelijk behouden.
Kluts het ei en smeer de koekjes hier mee in. Strooi de geschaafde amandelen en suikerparels over de koekjes heen.
Bak de kerstkransjes 13 minuten op 190 °C (boven- en onderwarmte)